Nee, dan de dagen van Oldenbarneveldt. Of moet ik zeggen de laatste dag van Johan? Men kon op het Binnenhof over de hoofden van de kijklustigen lopen. Zo gaat dat nu nog in Ar Riyad, China, VS en menig andere Middeleeuwse Staat, waar deze oude tradities nog steeds in stand worden gehouden.
Wat is dat toch, dat de bevolking zo aantrekt bij executies? Is dat het zien van bloed, het beseffen van hun eigen vergankelijkheid of is het een diep gekoesterde wens zelf iemand te vermoorden, maar wordt dit door de wetgeving aan banden gelegd?
Ik opteer voor het laatste. Het jacht- en territorium instinct, als het ware.
Hoe kan de moderne mens, in de landen waar geen terechtstellingen meer plaatsvinden, deze bevrediging dan krijgen? In het diepst van zijn wezen zal er altijd een gemis zijn. Iets waar men zich niet bewust van is, maar wat men toch terdege voelt.
Onbewust zoals altijd, gaat de moderne mens op zoek naar bloed en vindt dat in de sportwedstrijden. Het gegil en gekrijs bij een heden ten daagse voetbalwedstrijd moeten haast van de zelfde orde van grootte zijn als destijds bij de executie in 1619 op het binnenhof in Den Haag.
Het programma van P. R. de Vries moet ook iets dergelijks losgemaakt hebben in de Nederlander. Het gevoel alsof men jaagt op loslopend wild, het gevoel alsof je het angstzweet van het dier al ruiken kan en tenslotte het onvermijdelijke genadeschot. Dit alles niet door hemzelf gegeven, maar in de persoon van Peter Rudolf, iemand waarmee de kijker zich goed kan identificeren.
De installateurs van mijn keukenblok hebben het nu nog over de geslaagde jachtpartij van gisteravond. Het was wel laat geworden, half een, maar je moet toch iets over hebben voor zo’n onvergetelijk avontuur. Een avontuur waar ze nog de hele week op teren kunnen en die voorlopig de honger naar bloed weer even gestild heeft.
Tot de volgende P.R. de V.-uitzending, voetbalwedstrijd of wereldoorlog.










